‘Gebruik restenergie offshore wind voor warmte-voorzieningen’

De industrie kan grootschalige CO2-reductie mogelijk maken met hybride power-to-heat systemen, waarbij offshore wind wordt gebruikt voor warmte. Door bij harde wind meer warmte op te wekken en bij tekorten tijdelijk terug te schakelen naar gas wordt bovendien de druk op het netwerk verlaagd.

Dat staat in een onlangs verschenen rapport ‘Facilitating the integration of offshore wind with power-to-heat in industry’. opgesteld door DNV-GL, in opdracht van Nouryon (voormalig AkzoNobel Specialty Chemicals), Deltalinqs, Shell en TenneT.

Bij hybride power-to-heat wordt de elektriciteit uit wind op zee door de industrie gebruikt om proceswarmte te produceren met een hybride combinatie van nieuwe elektrische boilers en bestaande gasgestookte boilers. Als de windmolens veel elektriciteit produceren, wordt de elektriciteit gebruikt voor de warmte-opwekking en tijdens periodes met een tekort aan elektriciteitsproductie schakelt de industrie terug naar de bestaande gasketels.

Marjan van Loon, president-directeur van Shell Nederland: “Dit onderzoek toont aan dat een koppeling van elektriciteit uit wind-op-zee met onze industriële processen op een kosteneffectieve manier kan leiden tot grootschalige CO2-reductie.”

Momenteel wordt ongeveer 1 Gigawatt (GW) aan wind-op-zee geproduceerd. Het huidige overheidsbeleid gaat uit van een groei naar 11GW in 2030. Echter boven de 10 GW wind op zee zullen grote investeringen in het transportnet nodig zijn om deze elektriciteit te transporteren. Wanneer de industrie meer elektriciteit uit wind-op-zee afneemt draagt dit bij aan het verlagen van deze investeringskosten. Het Rotterdamse industriecluster ligt immers, net als veel andere Nederlandse industrie, direct aan de Noordzee en daardoor hoeft er mogelijk minder geïnvesteerd te worden in verzwaring van het transportnet. Uit de analyse van DNV-GL blijkt dat de industrie op korte termijn minimaal 5 GW aan extra flexibele elektriciteitsvraag kan realiseren op kustlocaties waar wind-op-zee aan land komt.

Op dit moment is er nog maar weinig van het mogelijke potentieel voor power-to-heat gebruikt omdat de technologie nog niet rendabel is. De onderzoekers pleiten in eerste instantie voor het bijplaatsen van elektrische boilers, naast de bestaande gasboilers. Op die manier ontstaat een hybride warmtevoorziening, die bijdraagt aan het flexibel omgaan met elektriciteitsproductie uit wind-op-zee.

Volgens het rapport kan de technologie bij een hogere CO2-prijs een grote besparing opleveren. Bij de combinatie van elektriciteit en gas is de besparing 4,5 megaton CO2 per jaar met extra kosten van ongeveer 60 euro per ton CO2, ten opzichte van een gewone gasgestookte ketel. Als power-to-heat op termijn met honderd procent duurzame elektriciteit wordt ingezet, kan dat zelfs een besparing van 9 megaton CO2 opleveren: bijna twee derde van de totale CO2-reductieopgave voor de industrie (14,3 megaton).

“In de transitie naar een volledig duurzaam elekriciteitssysteem is power-to-heat een essentiële stap. De hybride technologie voorkomt onnodige netinvesteringen, zorgt voor directe verduurzaming van de industrie en biedt de flexibiliteit die het elektriciteitssysteem nu nodig heeft. We kunnen en moeten hier direct mee beginnen”, stelt Manon van Beek, CEO TenneT.