Nor Lines nieuwe klant voor Titan LNG op City Terminal Rotterdam

Rederij Nor Lines zet voor haar nieuwe tweewekelijkse lijndienst van de SCA terminal in Rotterdam naar de Noorse kust twee LNG aangedreven multipurpose schepen in: de MV Kvitnos en de MV Kvitbjorn. De schepen bunkeren – net als de Wes Amelie – bij Titan LNG op de City Terminal aan de Prins Willem Alexanderhaven (havennummer 2790). De LNG wordt met een truck geleverd. Lees meer

Wijnne Barends Logistics breidt fors uit

De in Delfzijl gevestigde logistieke dienstverlener, Wijnne Barends Logistics, heeft onlangs haar op- en overslagcapaciteit in de Eemshaven meer dan verdubbeld.

De uitbreiding betreft de aankoop van 2 terreinen, in totaal 4,7 hectare, direct gelegen aan de bestaande terminal van Wijnne Barends Logistics in de Beatrixhaven. Het eerste terrein betreft 2,7 hectare gelegen aan de Julianahaven, dat door de Holemans Groep wordt gebruikt voor op en overslag van bouwgrondstoffen voor spoor-, water-, en wegenbouw. Het tweede terrein betreft 2,0 hectare nieuw terrein gelegen aan de Beatrixhaven, direct naast de huidige locatie. De uitbreiding geeft Wijnne Barends Logistics meer armslag om, met name offshore (wind) gerelateerde, klanten nog beter te kunnen bedienen. Ter voorkoming van gevaarlijke situaties als ladingen tussen beide terreinen vervoerd worden en het voldoen aan de Internationale Code voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (ISPS), heeft de gemeenteraad van Eemsmond inmiddels toestemming verleend aan Groningen Seaports om het deel van de weg (Westlob), dat beide terreinen scheidt, niet langer algemeen toegankelijk te houden. Wijnne Barends Logistics is sinds 2008 actief in de Eemshaven met op- en overslag van bulk- en projectlading. In samenwerking met rederij Spliethoff uit Amsterdam wordt, al meer dan 5 jaar, een wekelijkse (container) lijndienst tussen de Eemshaven en de oostkust van de Verenigde Staten uitgevoerd waarvoor het Holemans terrein al deels werd gehuurd. Wijnne Barends Logistics exploiteert in totaal 4 locaties in Delfzijl en de Eemshaven en is onderdeel van de in Amsterdam gevestigde Spliethoff Group die een vooraanstaande rol speelt in de wereldwijde transport van project-, zware en algemene lading alsmede ro-ro transport en het vervoer van jachten. De groep beheert een moderne vloot van meer dan 100 schepen, waaronder zware lading, ro-ro en half-afzinkbare schepen met een draagvermogen van 3.000 tot 23.000 ton, onder Nederlandse vlag. De groep bestaat uit Spliethoff’s Bevrachtingskantoor, BigLift Shipping, Sevenstar Yacht Transport, Transfennica, Bore en Wijnne Barends.

 

Wereldwijde recordinvestering in groene energie bewijst dat opmars onstuitbaar is

Wereldwijd werd vorig jaar voor een recordbedrag van 286 miljard dollar in hernieuwbare energie geïnvesteerd. Alles samen steeg de beschikbare hoeveelheid hernieuwbare energie in 2016 met 147 gigawatt, bedraagt het aandeel van groene energie op wereldvlak momenteel 20 procent van de totale energieconsumptie en is bijna 25 procent van alle elektriciteit afkomstig van hernieuwbare energiebronnen. Deze ontwikkelingen tonen aan dat hernieuwbare energie, niet alleen in Europa, maar over de hele wereld, onstuitbaar is geworden. Of anders gezegd: dat het hardnekkig blijven inzetten op- en vasthouden aan fossiele brandstoffen als doel voor de verdere toekomst, gelijk staat met het trekken aan een dood paard…

Jan Schils

Dit zijn enkele kerncijfers van het jaarrapport van het REN21 (Renewable Energy Policy Network for the 21st Century), dat onlangs in New York werd voorgesteld door Christine Lins, uitvoerend directeur van deze organisatie. REN21 werd in 2004 opgericht om de transitie naar hernieuwbare energie wereldwijd te bevorderen en werkt daarbij samen met onder meer overheden, onderzoeksinstituten, de industrie, internationale organisaties en ngo’s. Volgens Lins is de stijging van de investeringen in hernieuwbare energie vooral het gevolg van de groei van de wereldeconomie, die al drie jaar met 3 procent toeneemt, hetgeen gepaard gaat met een constante daling van de emissie van schadelijke stoffen. Zij zwaaide vooral China en de Verenigde Staten lof toe voor hun investeringen in hernieuwbare energie, al valt natuurlijk af te wachten of die ontwikkeling in de VS niet wordt afgeremd door de energiepolitiek van de nieuwe president Donald Trump, die inzet op verdere ontginning van steenkool en schaliegas. Dit laatste vooral omdat schaliegas de Amerikaanse industrie (chemie) een belangrijk concurrentievoordeel oplevert tegenover bijvoorbeeld Europa en China.

Lins vindt het wel opmerkelijk dat de vooruitgang op het gebied van groene energie mogelijk was ondanks het feit dat de prijzen voor fossiele brandstoffen op een historisch laag peil stonden. Lins: “Hernieuwbare energiebronnen worden bovendien nog steeds minder met overheidssubsidies gesteund dan fossiele brandstoffen”. Zeer positief is dan weer dat het politieke bewustzijn ten aanzien van de grote voordelen van hernieuwbare energie toeneemt, meent Lins. Anderzijds maakt het rapport wel melding van het feit dat experts uit Afrika, de VS en Japan sceptisch staan tegenover een volledige overgang naar hernieuwbare energie, hetgeen blijkt uit het feit dat de overheden in die landen blijven investeren in conventionele energiebronnen. Het verhaal-Trump is bekend, maar ook in Afrika zijn nog grote olie- en gasvoorraden in de bodem aanwezig, waarvoor enkele betrokken landen grote belangstelling hebben. Zij beschikken weliswaar niet over de nodige financiële middelen om die voorraden te ontginnen, maar zijn bereid daarvoor concessies te verlenen aan buitenlandse energieconcerns ten gunste van hun economie en de welvaart van hun bevolking.

Het REN21 rapport stipt nog aan dat meer dan honderd energie-experts die werden geraadpleegd, van oordeel zijn dat hernieuwbare energie binnen tien jaar goedkoper zal worden dan fossiele brandstoffen. Nu al krijgen meer dan 100 miljoen mensen stroom via distributienetwerken voor hernieuwbare energiebronnen. Dat getal zal gestadig blijven toenemen, zo menen de experts. Lins: “Momenteel kunnen zon- en windenergie op het gebied van de prijzen al concurreren met fossiele brandstoffen in de landen van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling in Parijs waarvan de EU-landen deel uitmaken)”.

Tenslotte merkt het rapport nog op dat heel wat experts van oordeel zijn, dat het niet voor de hand ligt dat de transportsector volledig op hernieuwbare energie zal kunnen overschakelen. Elektrische auto’s en biobrandstoffen bieden volgens deze sceptici niet de oplossing. Zij achten een totale transitie van individueel naar collectief transport noodzakelijk, meer bepaald van auto naar trein.

Bij de Europese Commissie in Brussel ( en meer bepaald bij het Directoraat-Generaal Energie) is het REN21 rapport positief ontvangen, maar is men het met een aantal zaken in het rapport niet eens. Zo houdt men er in Brussel aan vast dat ook de transportsector te zijner tijd volledig op groene energie moet draaien en zullen elektrische auto’s en biobrandstoffen daarbij belangrijke middelen blijven om dat doel waar te maken. Ten aanzien van Afrika gelooft men in Brussel niet dat olie- en gaswinning op grote schaal daar de oplossing zijn, ook al zien bepaalde Afrikaanse regimes de olie- en gasdollars best zitten.

 

NOVIMAR-project van start gegaan

Sedert 1 juni jongstleden is het Europese maritieme innovatie project NOVIMAR (NOVel Iwt and MARitime transport concepts) van start gegaan. Met NOVIMAR wordt beoogd om de haalbaarheid en de grote economische voordelen van een nieuw soort transport over de binnenwateren aan te tonen, dat gebaseerd is op de inzet van de ‘Vessel Train’. Bij dit nieuwe project gaat het om ‘platooning’, waarbij de schepen in een treintje varen.

Jan Schils

NOVIMAR maakt deel uit van het Europese research en innovatie kaderprogramma: HORIZON 2020. De totale EU-subsidie bedraagt ruim 8 miljoen euro. Coördinator van het project is Oscar Lauf van Netherlands Maritime Technology (NMT), die ook instaat voor het projectmanagement. Het consortium bestaat uit 22 partners uit 9 Europese landen. Het omvat equipment leveranciers, reders, ontwerpbureaus, adviesbureaus, logistieke dienstverleners, kennisinstituten, universiteiten en een classificatiebureau. Nederland is sterk vertegenwoordigd met 7 partners: MARIN, Expertise- en InnovatieCentrum Binnenvaart (EICB), Technische Universiteit Delft, Deltares, Bureau Telematica Binnenvaart, Autena Marine en Netherlands Maritime Technology (NMT).

NOVIMAR beoogt de komende vier jaar de haalbaarheid van de vessel train aan te kunnen tonen. Een vessel train bestaat uit een bemande ‘Leader Vessel’ met daarachter een of meerdere ‘Follower Vessels’, die met sterk gereduceerde of zelfs geen bemanning de Leader Vessel volgen. Naast de kostenvoordelen die verwacht worden maakt de Vessel Train het gebruik van kleinere schepen rendabeler, waardoor transport binnen stedelijke gebieden van de weg naar het water verplaatst kan worden. Naast binnenvaart worden ook shortsea-toepassingen onderzocht.

Wetenschappers van de TU Delft voorspelden eind vorig jaar dat rond 2030 zee- en binnenvaartschepen geheel zonder tussenkomst van mensen zullen varen. Onbemande schepen die bestuurd worden door een bemanning aan de wal en platooning beschouwt de wetenschap nog slechts als een tussenstap. Het idee van platooning in de binnenvaart is eigenlijk niet helemaal nieuw. Gedurende eeuwen waren er al sleeptreinen, onder andere op de Rijn. Het verschil met nu is dat er toen een kabel zat tussen de ‘leader vessel’ (de sleepboot) en de schepen die volgden (sleepschepen).

Recordklus Pioneering Spirit

Megaschip Pioneering Spirit, eigendom van Allseas, heeft deze week een record verbroken. Het schip heeft op de Noordzee een olieplatform van ruim 24.000 ton opgetild.

Het gaat om het in de jaren 70 geplaatste olieplatform Brent Delta van Shell in het Brent olieveld. De Noordzee is in dat gebied 140 meter diep. Het platform werd na 40 jaar verwijderd. Nog niet eerder is een platform van deze omvang in zijn geheel wordt verwijderd. Na het liften wordt het boorplatform gesloopt.

Politiek geruzie in België over concessies windenergie op zee

De liberale Belgische minister van energie, Marie-Christine Marghem, voelt niets voor het voorstel van haar eveneens liberale collega Philippe De Backer (bevoegd voor het Noordzeebeleid) om de concessies voor de bouw van drie offshore windmolenparken in de Noordzee in te trekken en in plaats daarvan een openbare aanbesteding uit te schrijven voor deze projecten. Zij vindt weliswaar dat de windmolenparken op zee worden over gesubsidieerd, maar dat De Backer toch te hard van stapel loopt en dat zijn voorstel aanleiding zal geven tot zware schadeclaims van de Belgische aandeelhouders van de drie offshore windmolenparken (Seastar, Mermaid en Northwester).

Jan Schils

Eén van deze aandeelhouders, baggeraar DEME, waarschuwt dat het schrappen van de concessies de staat “heel veel geld” zal kosten. De drie genoemde bedrijven hebben samen al 30 tot 40 miljoen euro’s besteed aan deze projecten. De Belgian Offshore Platform (BOP), die de belangen van de bouwers van de offshore windmolenparken behartigt, reageert bijzonder boos op de plannen van De Backer. De BOP heeft het over een “aanfluiting van de rechtszekerheid”. Daardoor worden investeringen in hernieuwbare energie afgeremd. Ook vanuit de sector van de investeringsmaatschappijen klinkt kritiek. Daar wordt gewezen op het feit dat België door toegekende concessies zomaar af te nemen, onherstelbare reputatieschade dreigt te lijden.

Volkslening

Marghem zegt de subsidies ook omlaag te willen. Maar daarvoor wil zij een – wat zij noemt – constructieve dialoog opstarten met de aandeelhouders. Ze stelt voor om de burgers te laten meeprofiteren van het rendement van de windmolenparken op zee door voor de bouw daarvan een volkslening uit te schrijven. Marghem meent dat zelfs wanneer windmolenparken op zee op termijn minder of helemaal niet meer worden gesubsidieerd, ze toch een interessant rendement kunnen opbrengen. In dat verband verwijst ze naar het succes van de coöperaties voor onshore windmolenparken in België. Zij zal de bankwereld vragen om de haalbaarheid van een dergelijke volkslening te onderzoeken. Vooraleer er beslissingen worden genomen wil Marghem het resultaat afwachten van een studie die door de windmolensector is gevraagd aan het consultancybureau PWC over de subsidiëring van de windmolenparken op zee. Eerder had de CREG, de Commissie voor Regulering van de markt voor Elektriciteit en Gas (zeg maar de federale ‘energiewaakhond’ in België), al berekend dat de subsidies voor de offshore windmolenparken gemakkelijk kunnen worden gehalveerd. Marghem deelt wel de opvatting van haar collega De Backer dat er mogelijk bij de Europese Commissie uitstel wordt gevraagd voor wat betreft het voldoen aan de EU-milieudoelstellingen, zodat weliswaar later dan gepland, maar wel een stuk goedkoper, nieuwe windmolenparken op zee kunnen worden gebouwd. De milieuorganisaties in België willen niet weten van uitstel voor het behalen van de klimaatdoelstellingen tegen 2020. Marghem: “België moet de Europese klimaatdoelstellingen respecteren, maar als we twee of drie jaar later beginnen met de bouw van de windmolenparken op zee, zouden die 1.400 MW (megawatt) meer dan de geplande 2.000 MW produceren. Intussen blijft De Backer bij zijn voorstel. Hij verwijst naar Duitsland, waar een windmolenpark op zee wordt gebouwd zonder overheidssubsidie, terwijl de drie nog te bouwen windmolenparken in het Belgische deel van de Noordzee de staatskas 3 tot 5 miljard euro’s zullen kosten, wanneer de concessies niet worden ingetrokken.

 

 

Het ballastwaterverdrag is geratificeerd

Het ballastwaterverdrag is eindelijk geratificeerd, zo maakte de International Maritime Organization (IMO) heeft op 8 september 2016 bekend gemaakt dat het ballastwaterverdrag is geratificeerd. De officiële ingangsdatum is vastgesteld op 8 september 2017. Na die tijd moeten vrijwel alle zeeschepen binnen 5 jaar van een ballastwater behandelingssysteem voorzien zijn. Dit betekent een grote investering voor scheepseigenaren en druk op de maritiem-technologische sector om binnen de gestelde periode de nodige systemen te leveren én in te bouwen.
Grote gevolgen Vanaf 8 september 2017 moeten schepen voor de vernieuwing van hun IOPP certificaat een ballastwater behandelingssysteem hebben geïnstalleerd. In de praktijk komt het er op neer dat in een periode van 5 jaar na de ratificatie alle schepen een dergelijk systeem moeten hebben. Dit betekent dat de leveranciers van deze systemen de productie flink moeten opschroeven om aan de vraag te voldoen. Ook dienen onderhoudswerven rekening te houden met langere ligtijden van de schepen aan de werf.

Netherlands Maritime Technology (NMT) is blij met de ratificering. Hiermee is een belangrijke stap gezet in de bescherming van het mariene milieu. Tegelijkertijd betekent dit een uitdaging voor de maritieme toeleveranciers en de scheepswerven. NMT houdt de situatie scherp in de gaten en informeert proactief haar leden en scheepseigenaren, zowel in Nederland als in Europees verband. De verwachting is dat er het komend jaar via diverse kanalen aandacht wordt besteed aan dit onderwerp. NMT neemt waar mogelijk deel. Ook bekijkt NMT welke gevolgen dit heeft voor haar leden en waar nodig spant NMT zich in om de belangen van haar leden te behartigen. Over de Ballastwaterconventie Op 15 februari 2004 is de Ballastwaterconventie aangenomen door de IMO. Het transporteren van ballastwater van de ene naar de andere locatie kan leiden tot ecologische schade aan de omgeving, die vaak onomkeerbaar is. De conventie is gericht op het voorkomen van de verplaatsing van schadelijke aquatische organismen en ziektekiemen door het lozen van onbehandeld ballastwater niet meer toe te staan. Voor het inwerking treden moeten minimaal 30 lidstaten het verdrag ratificeren. Deze lidstaten moeten minimaal 35% van het tonnage in de mondiale koopvaardijvloot vertegenwoordigen. Deze laatste mijlpaal is nu eindelijk bereikt waarmee het verdrag geratificeerd is.

Vertrek Pioneering Spirit zaterdagochtend 6 augustus

Zaterdagochtend 6 augustus omstreeks 05.30 uur vertrekt de Pioneering Spirit van Allseas uit de Prinses Alexiahaven op Maasvlakte 2, Rotterdam. Het grootste schip ter wereld heeft de installatie van allerlei onderdelen en instrumenten succesvol afgerond. De offshore gigant verlaat nu de haven voor tests op zee en aansluitend het eerste karwei.

De Pioneering Spirit verbleef anderhalf jaar in de haven en bleek een enorme attractie voor bezoekers aan FutureLand, het informatiecentrum over de haven op de Maasvlakte. Ruim 70.000 bezoekers maakten de rondvaart rondom het schip in de Prinses Alexiahaven.

Speciaal voor al die fans begeleidt de FutureLand Ferry de Pioneering Spirit op zijn gang naar de Noordzee. Geïnteresseerden kunnen reserveren op www.futureland.nl . Kosten bedragen € 15,-, inclusief ontbijt. De deelnemers moeten uiterlijk om 05.00 uur aanwezig zijn op het schip aan de steiger bij FutureLand, Europaweg 902, 3199 LC Maasvlakte Rotterdam (havennummer 8360).

 

Delegatie uit Noord-Holland reist af naar belangrijkste offshore beurs ter wereld

Een ‘open’ delegatie van 20 bedrijven en organisaties uit Noord-Holland bezoekt van 2 tot en met 5 mei aanstaande de Offshore Technology Conference (OTC) in Houston. De OTC geldt als de belangrijkste offshore beurs ter wereld. Onder auspiciën van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) en Port of Den Helder wordt in Texas gewerkt aan de positionering van de regio Noord-Holland Noord als dé logistieke offshore hub aan de zuidelijke Noordzee.   

In Houston presenteert de delegatie de regio aan het op de beurs aanwezige netwerk van bedrijven. De delegatie werkt daarbij nauw samen met de Industriële Raad voor de Olie en Gas (IRO) uit Nederland, het Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en WestHolland Foreign Investment Agency (WFIA).

“Door gezamenlijk op te trekken kunnen we het gunstige ondernemings- en vestigingsklimaat van de regio nog sterker uitdragen. Op deze manier dragen we bij aan de branding van de regionale offshore energy sector met Den Helder als middelpunt,” aldus Thijs Pennink, directeur van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord. “De missie naar Houston is van belang om de regio en onze sterke punten en kansen bij de juiste bedrijven en organisaties onder de aandacht te brengen en nieuwe investeringsleads binnen te halen.”

Het belang van het bezoek en deelname aan de delegatie wordt onderstreept door Nico de Wit van Intramar insurances: “Als Helderse onderneming promoten we in Houston al vele jaren onze eigen dienstverlening. Deelname aan de NHN/PoDH delegatie is een mooie kans om de offshore bedrijvigheid in de Kop van Noord-Holland onder de aandacht te brengen bij de belangrijkste spelers in de internationale (offshore) energiewinning industrie.”

De twee initiatiefnemers Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en Port of Den Helder waren in voorgaande jaren ook aanwezig op de beurs in nauwe samenwerking met Den Helder Airport. Samen met IRO, NFIA en WFIA organiseren zij naast het beursbezoek nog een executive lunch voor relaties, leads en prospects. Ook worden relevante netwerkbijeenkomsten bezocht, waaronder de Holland Network Reception.

De bedrijven en instellingen die dit jaar deel uitmaken van de delegatie zijn Port of Den Helder, Den Helder Airport, Ontwikkelingsbedrijf NHN, Gemeente Den Helder, Abuco, Berk Marine, DHAS, DHSS, HGG, HSV, Intramar insurances, Margetson van ’t Zelfde & Co, AYOP, Maritime Campus Netherlands, Multimetaal, Peterson, SDT, VDR, Brandmarion en Seamar.

Goed nieuws: geen Nederlandse schepen meer naar sloopstranden

Vandaag heeft het NGO Shipbreaking Platform de lijst met rederijen gepubliceerd die schepen naar de sloopstranden van Bangladesh, India en Pakistan hebben gebracht.  In 2015 zijn er 768 grote schepen ontmanteld, waarvan 469 op een vervuilende en onveilige manier op de sloopstranden. Voor het eerst staan er geen Nederlandse rederijen meer op deze lijst. Stichting De Noordzee is als lid van het Shipbreaking Platform trots op dit Nederlandse resultaat.

Oude schepen zijn nog miljoenen waard door recycling van staal en scheepsonderdelen. Het slopen op de sloopstranden gaat gepaard met enorme vervuiling en er vallen jaarlijks vele doden en gewonden door ongelukken. Daarnaast is er geen adequate behandeling van afvalstromen die van de werf af komen. Door uitbuiting en gebrek aan milieuregels levert een oud schip het meeste op in Bangladesh, India en Pakistan.

Schoon en veilig recyclen

Recyclen van schepen kan ook anders: in een gecontroleerde omgeving, bij voorkeur in een droogdok, met behulp van kranen en beschermingsmaatregelen voor personeel. 14 schepen van Nederlandse eigenaren (rederij Vroon, Fugro, van Oord) zijn in 2015 in Turkije en Denemarken onder gecontroleerde omstandigheden en in lijn met internationale regelgeving gesloopt.

Stichting De Noordzee is blij met dit resultaat, directeur Floris van Hest: “Jarenlang heeft de stichting zich hard gemaakt voor schone en veilige sloop door Nederlandse reders, dit is nu bereikt. Hopelijk kunnen wij hier nu een punt achter zetten. Een grote pluim voor de Nederlandse maritieme sector.”

Afspraken omzeilen

In andere landen moet er nog veel gebeuren. In Europa omzeilen vooral Griekse (87 schepen) en Duitse (23 schepen) bedrijven de internationale afspraken voor het overbrengen van afvalstoffen naar ontwikkelingslanden. Zij verkopen schepen aan tussenpersonen die dan tijdelijk nieuwe eigenaar worden. De oorspronkelijke eigenaar kan daardoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Wetgeving

De in 2009 overeengekomen Hong Kong Conventie van de Internationale Maritieme Organisatie is nog steeds niet van kracht. Nederland heeft recent laten weten de ratificatie te starten.

Voorzitter Tineke Netelenbos van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR):  “Goed dat Nederlandse reders zelf hun verantwoordelijkheid nemen. De KVNR vindt het echter zeer teleurstellend dat tot op heden slechts drie landen de Hong Kong Conventie hebben geratificeerd, waardoor die nog niet van kracht is. Wij roepen overheden op dit zo snel mogelijk te doen zodat er wereldwijd geldende regels voor scheepsrecycling van kracht worden.”

Boskalis

‘s Werelds grootste baggeraar en maritiem dienstverlener Boskalis maakte de keuze voor duurzaam recyclen al jaren geleden. Recentelijk hebben zij na een zorgvuldige voorbereiding en met intensieve begeleiding een deel van hun vloot in een droogdok in Mexico laten ontmantelen. Hiervoor zijn ze door het NGO Shipbreaking Platform* uitgeroepen als Industry leader op gebied van scheepsrecycling.